maandag 14 oktober 2013

De pet op. En huilen maar.

"Dat we lak hebben aan jullie democratie. Aan jullie rechten en vrijheden. Aan wat volgens jullie gangbaar is. Dit is Molenbeek. Dit is ons terrein."

Ik parafraseer, maar het kwam er wel zo'n beetje op neer. Vorige week op de donderdagse markt in het zonovergoten Molenbeek. Sint-Jans-Molenbeek is de nogal katholieke naam waarmee de meest gespleten aller Brusselse gemeenten officieel in de boeken staat. Wie er woont spreekt liever over Molem of nog over mille quatre-vingt.

We zijn aan het draaien voor tvbrussel. Een reportage over hoe het de gemeente vergaat zonder de afgezette ex-burgemeester Philippe Moureaux. Moureaux werd een jaar geleden bij de verkiezingen met het nodige drama uit het zadel gewipt. Exit Moureux. Exit ook voor de Molenbeekse machtsbonzen van de PS. De parti socialiste ruilde noodgedwongen het versleten rode meerderheidspluche in voor de harde oppositiebanken. Dat steekt. Dat wringt. Maar dat doet ook de straatvechters binnen de PS weer opstaan. De haantjes die kraaien en vechten. Maar nu vanop de andere kant van de mesthoop.

Terug naar de markt. Waar nu meer varianten van het Arabisch weerklinken dan er ooit Vlaamse dialecten in Molenbeek gesproken werden. Waar honderden producten voor precies één euro zich een weg naar de boodschappentas laten schreeuwen. Waar koketteren met hoofddoeken in alle kleuren en draagwijzen een nationale sport is. En waar vrouwen op hun privacy gesteld zijn, meer dan wij durfden bevroeden.

Zoals dat gaat geef ik de cameraman wat consignes mee. "Kan je de couleur locale in beeld brengen? Het prettig gestoorde chaotisch en exotische gebeuren op het gemeenteplein en het Sint-Jans-Voorplein?"

Een roepen en tieren stijgt op uit de longen van een oud besje. Ik schat ze een eind richting zeventig. Dat het niet kan dat we zomaar filmen komen. Dat we een toestemming van de overheid moeten. Dat we hier niet mogen zijn.
Een razende man sluit zich bij het besje aan en vuurt een tweetal klieders speeksel op ons af. Afmaken, zal hij ons. Ons laten zien hoe ze hier omgaan met arrogante journalisten. Duwen en trekken volgen. En ook de zinnen waarmee deze blogpost begon.

In een mum van tijd staan tientallen Molenbeekse marktgangers in een kring rond het tumult. 't Was net voor het middaguur en dan zijn spelen voor bij het brood welkom. Dat het illegaal is om des mères de familles te filmen!

We maakten ruime beelden, waarop niemand herkenbaar in beeld komt. En we hebben een journalistenkaart. En willen Molenbeek voor een keer op een positieve manier belichten. Onze argumenten helpen geen zier. Integendeel. Wanneer de eerste klappen in ons nadeel onvermijdelijk lijken, besluit de ervaren cameraman de laatst gedraaide beelden te wissen. Een zoenoffer.

Het protest gaat liggen. Het oude besje dat het vuur aan de lont stak heeft wel nog een boodschap voor ons. Een boodschap die op instemmend gemompel van de markt kan rekenen. Als haar man erbij was geweest had ons laatste uur geslagen. Want manlief is agressief. Verzekert het besje ons.

We laten de markt achter ons en begroeten een lokale PS mandataris. We vertellen hem en zijn gevolg over het voorval. "C'est normale. Il faut faire atention à Molem."

Dan breekt toch je klomp.

De reportage kan je - dan toch - hier bekijken.

woensdag 10 maart 2010

Sociaal netwerken op de trein


Verdomd zij de NMBS! Menig pendelaar zal deze vloek zijn of haar lippen al wel laten ontglippen hebben. Zelf ben ik een eerder occasionele treingebruiker. En ik vervloek de NMBS geenszins. De trein nemen is meestal zoveel meer dan een mensentransport van stad A naar stad B. Lezen, emails voorbereiden, to do lijstjes opstellen; ik doe het allemaal zoveel efficiënter en vlugger op de trein dan in mijn eigen nest. En af en toe geraak ik aan de praat met een medereiziger. Een gesprek zonder verplichtingen, zonder voor- of nageschiedenis.
Afgelopen dinsdag had ik nog eens prijs. De locomotieven van de staat hadden al de hele dag grote moeite om op het juiste tijdstip het voorziene station aan te doen. Wanneer één of andere trein die mij al dertig minuten eerder opgepikt zou moeten hebben de versnelling inzette van Brussel-Noord naar Leuven, plofte een vrouwtje zich bewust naast me neer. Althans, ik denk dat het bewuste zet was, de wagon bood namelijk nog genoeg andere vrije zitplaatsen aan. Algauw ontspon er zich een conversatie. Over haar thuisdorp Zaventem, over haar werk als poetsvrouw, over mijn bezigheden in de hoofdstad, over ons beider geboorteplek Anderlecht, over de teleurstelling die haar was overkomen toen haar man stierf, over de kracht van een glimlach en een open geest.
Achteraf bekeken zijn zulke gesprekken zeldzaam: zelfs met goede vrienden leg je niet in elk gesprek je ziel bloot. Wat er ook van zij: de NMBS heeft mijn dankbaarheid voor het mogelijk maken van deze toevallige ontmoeting, en voor elk zulk treffen dat nog te gebeuren staat.